Een diepe buiging voor onze Urker voorouders in het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen

“Elke dag weer breng ik mezelf in herinnering dat mijn innerlijke en uiterlijke leven gebaseerd zijn op de inspanningen van anderen, zowel levend als dood, en dat ik mijn best moet doen om net zo veel te geven als ik ontvangen heb en nog steeds ontvang.” (Albert Einstein)

Als je door oud-Urk loopt is dat een idyllische ervaring van grote schoonheid. Alle huizen fris, schoon, strak in de verf, keurig onderhouden en voorzien van alle luxe. Tijdens de Urker dag, op de zaterdag voor Pinksteren, schittert de Urker kleurrijke klederdracht je van alle kanten tegemoet.  Groot en klein ziet er uit om door een ringetje te halen. En alles is nieuw; niemand die voor gek hoeft te lopen met te grote, te kleine of verstelde kleren en/of met twee verschillende klompen aan.

Lees hierover ook: https://weerspiegelingen.wordpress.com/2012/05/30/urker-dag-2012-een-dag-met-een-gouden-randje/

Hoe anders was dit nog maar 50 jaar geleden, toen ik een kind was. In het oude dorp stonden de huisjes, met enkelsteens muurtjes, schots en scheef door elkaar en waren eigenlijk veel te klein voor een normaal huisgezin. Ook kwam het voor dat mensen hun levens sleten in onbewoonbaar verklaarde woningen en sliepen in bedsteden van maar 1.40 m lengte. De Planologische Dienst van Overijssel kwam daarom met een rigoureus saneringsplan. Van de zeshonderd gebouwen in de oude kern zou niets anders overblijven dan de vuurtoren, de hervormde kerk, het gemeentehuis, een hotel en vier woonhuizen. Dankzij felle tegenstand van onder andere wethouder Lubbert Kramer werd dit onzalige plan van tafel geveegd. Ook voor deze man een diepe buiging. Je moet er toch niet aan denken hoe oud-Urk er dan nu had uitgezien… Visionair sprak hij: “Weldenkende mensen, zelfs ongelovigen, zullen ons respecteren als we ons zelf willen blijven; als we het volkskarakter ook op dit terrein niet willen verloochenen.” (T. Pauka “Valt Urk ten offer aan de nieuwe tijd?” Vrij Nederland 1958) Een geluk bij een ongeluk was dat ruim vijfhonderd af te breken woningen volledig het eigendom van de bewoners waren. Zij voelden er gelukkig niets voor om zich voor nieuwbouw in de schulden te moeten steken en hadden bovendien een sterke gevoelswaarde voor het voorvaderlijk erfgoed. Er werd met beleid gesaneerd en grootschalig gerenoveerd zodat we vandaag de dag kunnen  genieten van het feit dat de kleinschaligheid en intimiteit van het oude dorp zoveel mogelijk bewaard is gebleven. Stel je voor: anders zouden er nu ook geen ginkiestochten meer georganiseerd kunnen worden 😉

Urker huisje in het Zuiderzeemuseum

Nog weer 50 jaar eerder was mijn bessien een jong meisje en de situatie op Urk was toen voor de meeste bewoners hemelschreiend. Armoede, ziekte, kindersterfte, gebrek aan schoon drinkwater, enzovoort. Als twaalfjarigen werden meisjes al naar “de walle” gestuurd om een paar centen bij elkaar te schrapen in een dienstje. Het ging onze voorouders heel erg aan het hart om hun dochters te laten gaan. Want ze wisten dat hun meisjes zeer geliefd waren vanwege hun innerlijke beschaving, eerlijkheid en hun bereidheid om aan te pakken. Maar ze wisten ook dat de kinderen keihard moesten werken voor een hongerloontje. En met een niet aflatende heimwee naar de bult op de koop toe. Alleen met kerst en met Pinksteren keerden ze voor een paar dagen terug naar het “soetendal”.

De Urker dichteres Mariap van Urk – Koffeman geeft op ontroerende wijze haar triomf weer over het feit dat zij gaat trouwen en dus lekker op haar “Urkien” kan blijven en nooit meer naar een dienstje hoeft. De voeten op je eigen kachel, in plaats van onder de tafel van een ander…..

Oer Hollandse lucht boven de haven van Enkhuizen

Dienen….

Als je aankomt in Enkhuizen
en de boot ligt even stil,
en de kapitein komt vragen
of je de trein nog halen wil,
dan zie je ze al nader komen,
weer het dienen in het verschiet,
en dan voel je pas, hoeveel je
op je Urkien achter liet.

Maar als wij het weer beleven
en de Kerstmis nadert weer,
mijn hand erop wil ik je geven:
geen dienstje snapt mij meer;

want meisjes, ik ga trouwen,
op Urk. Geloof je ’t niet?
Dan voel je pas hoeveel je
op je Urkien achter liet.

Een huisje met twee kamers
achter ’t Urker prikkeldraad,
de voeten op de kachel,
lach ‘k om elk die dienen gaat……

Hoe meer je er bij stil staat, hoe meer respect en eerbied je gaat voelen voor de bèbes en bessies (grootouders) voor je, die zich door al die armoede, dat harde werken en de vele tegenslagen niet terneer lieten drukken. Zo goed en zo kwaad als dat ging scharrelden ze verder; vervuld van geloof, hoop, liefde en vertrouwen.

Wassen op de hand in het Urker buurtje Zuiderzeemuseum

Meestal treft armoede de ene generatie na de andere en weten ze zich daar niet aan te ontworstelen. Zo niet op Urk. Dankzij hun niet aflatende ijver en doorzettingsvermogen hebben onze voorouders een basis gelegd waar wij (al dan niet op Urk wonend) op voort kunnen bouwen en waar wij onze welvaart aan te danken hebben. Heel symbolisch is dat verbeeld in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, waar in het Urker buurtje, op de bult tussen alle Urker huisjes in hun oorspronkelijke staat, ook een volledig gemoderniseerd pand te vinden is van Klaas-Jelle Koffeman, waarin je te midden van alle mogelijke luxe zelfs kunt skypen met de Noordzeevisser.

Woensdag 8 augustus 2012 ging ik samen met vier Urkers een ode brengen aan onze voorouders en als locatie hiervoor hadden we gekozen voor het Zuiderzeemuseum. Hun aanpassings- doorzettingsvermogen en hun geloof, hoop en liefde zitten ook in onze genen, al staan we daar niet altijd bij stil. Deze dag stond in het teken van dankbaarheid, genieten en verhalen vertellen onder de noemer “van oude mensen….. de goede dingen die blijven”.

Willempje Hakvoort-Post voor haar huisje, wijk 5-25

We gingen sowieso al op vleugels het Zuiderzeemuseum binnen, want we hadden te horen gekregen dat we bij hoge uitzondering het huisje van mijn bessien en bèbe even van binnen mochten bekijken. Normaal is dit niet voor publiek toegankelijk.
Begin tachtiger jaren is het huisje volledig ontmanteld en opnieuw opgebouwd in het Zuiderzeemuseum.

Ontmanteling van wijk 5-25 t.b.v. heropbouw in het Zuiderzeemuseum

Wijk 5-25 zoals het nu is herbouwd in het Zuiderzeemuseum

Op de plek van wijk 5-25 op Urk staat nu een romantisch, volledig onderkelderde replica van een Urker huisje. Over kelders gesproken: in één van de andere Urker huisjes was ook een kelder te zien, met keulse potten waar vroeger zuurkool en zoute (snij)bonen werden ingemaakt.

Ik schoot meteen in de lach, want ik moest ineens denken aan het verhaal dat een Urker vrouw me eens vertelde: haar bij hen inwonende bessien was heel erg bijziend, maar kon de weg in  huis blindelings vinden. Op een warme zomerdag had haar moeder vier slagroomtaarten laten bezorgen in verband met een verjaardag waarop veel bezoek werd verwacht. Om ze mooi te houden had zij ze even in de koele kelder gezet. Bessien wist dit niet, ging even wat pakken in de kelder en sjouwde op haar sloffen dwars door de slagroomtaarten heen……

koken op petroleumstellen

Van oudsher was het een Urker gewoonte om alvast op zaterdag het vlees voor de zondag te stoven; op die petroleumstellen ging dat allemaal niet zo snel. En op zondag ging je eerst nog naar de kerk en stipt om 1 uur ’s middags werd er gegeten dus dan ontbrak daarvoor de tijd. Tot achter in de zestiger jaren was het echter ook een sport van groepen opgeschoten jongens om pannetjes met gaar gestoofd vlees uit huizen mee te graaien, lekker op te smikkelen en daarna de lege pan weer terug te zetten.
In het boekje “Urker vrouwen”, uitgegeven in 1982 door de Stichting Urker uitgaven staat daarover een hilarisch verhaal: “Een Urker vrouw was getrouwd met een man die op zaterdagavond, als hij schoon en verzadigd aan tafel zat, een hartelijk en lang dankgebed kon uitspreken. Op één zo’n zaterdagavond, hij was net begonnen, hoorde zij gestommel in het achterhuis. “Doar got m’n gruusien”, dacht ze, wetend dat er hongerige jongelui in de buurt konden rondzwerven, tuk op het “eerlijk wegnemen” van een pannetje vlees.
Zonder alarm te slaan vloog ze op haar kousen de kapers achterna
En deze, in het nauw gedreven, verborgen haastig het pannetje in een willekeurig “uffien”. Maar de vrouw wist het snel te vinden, keerde naar huis terug, grendelde de deur, en zat alweer eerbiedig aan tafel nog eer haar man het amen uitsprak. Toen hij bevreemd haar verhitte gezicht opmerkte, sprak ze verontschuldigend: “Ja, jie wassen in de giest, maar ik eaw joen vleas eredded”. (Jij was in hogere sferen, maar ik heb ik je vlees gered)

Dankzij blauwsel in het water toch een stralend witte was

Op het gezellige terras van restaurant Amsterdams Huis vertelden we elkaar verhalen en haalden herinneringen op. Hilarisch bleken de historische woorden van onze voorouders waarvan we het de moeite waard vonden om in te lijsten:
– Doe goed en zie niet om
– De man is het hoofd, maar de vrouw is het nekje
– Ik ben de baas in huis, maar wat mijn vrouw zegt zal gebeuren
– (tegen de man) Pas op hoor, jouw naam staat aan de buitenkant van de deur 😉
– Een vriendelijk woord verheugd een gek
– Hou de vrede en jaag die na
– Weggooien? Daar is de kortste dag nog lang genoeg voor
– Behoud wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme

En last but not least een vaste uitspraak van mijn eigen bessien. Ze pakte je hand, keek je doordringend aan en zei dan: “Kind, onthoud goed, in het leven draait het maar om één ding en dat is het medaillon”.
Ook kunstenaar Anton Heyboer (1924-2005) zei iets soortgelijks: “Het leven van een man, ook al is hij kunstenaar, draait om de k*t als het diepste en het dichtste bij het oer wat hij beleven kan. Daarom is k*t een gezond woord. Het hele Oosterse denken begint daar; alles komt uit het duistere vrouwelijke”. Persoonlijk vind ik het woord medaillon veel mooier en rijker van betekenis, maar dit terzijde. Diezelfde Anton Heyboer kocht eind zestiger jaren van Urker mannen hun gedragen Urker klederdrachtkleding en op veel foto’s en filmpjes is hij te zien in een Urker striepboatjen, met een Urker broek aan en op klompen.

workshop “van oude mensen de goede dingen die blijven”.

Eén onderdeel ging over “groos” (=trots) zijn. Op de vraag waarop je groos was als je aan je bessien en  bèbe dacht kwamen heel verrassende antwoorden. Eén van de vrouwen, krap zeventig, vertelde dat ze groos was op haar  bèbe omdat hij in staat was om van niets iets te maken. Zo kreeg ze van hem een cent of een stuiver die zo glimmend gepoetst was dat het net leek alsof ze een gouden muntje kreeg. Mijn volgende vraag: “Stel dat je grootouders hier nu zouden zijn, wat zouden ze dan over jou zeggen? Waar zouden ze groos op zijn bij jou?” riep in eerste instantie alleen maar stilte op. Blijkbaar is het vooral onder de ouderen onder ons heel moeilijk om hardop te benoemen waar ze in uitblinken en wat hun talenten zijn. En dat, terwijl andere mensen moeiteloos wel tien verschillende dingen op kunnen noemen over hen.

Dit viertal bijvoorbeeld, staat voor mij symbool voor de saamhorigheid en de sterke onderlinge verbinding die er nog steeds op Urk heerst en die daar als heel normaal wordt ervaren. In het Zuiderzeemuseum gaat het uiteraard om acteurs, maar als je blijft luisteren naar de gesprekken die ze met elkaar voeren, dan merk je dat dit soort gesprekken overal in de Westerse wereld aan het afnemen is, behalve op Urk. Nog steeds is hun gulle hartelijkheid en gastvrijheid spreekwoordelijk en ik denk zelf dat onze voorouders daar best groos op zouden zijn als ze even om het hoekje konden kijken. Aan het eind van de dag werden we nog even binnen genodigd bij een “Urker vrouw” om kennis te maken met haar huishouden uit 1920. Deze actrice vertelde dat er ’s middags een groepje Urkers bij haar hadden gegeten (rijstepap) en dat één van hen spontaan had gezegd dat hij behoefte had aan een “knippien” (kort middagslaapje) Voor ze wist wat er gebeurde was hij al in de bedstee gaan liggen. Blijkbaar voelde hij zich zo thuis en op zijn gemak dat hij niet eens meer doorhad dat het allemaal niet `echt` was. Dit gevoel werd bij hem waarschijnlijk versterkt doordat zij overkomt als een zeer toegankelijke, wijze oudere vrouw, zoals je die op Urk veel vaker tegenkomt. En dat was bij haar niet gespeeld, maar authentiek. Ook de overige acteurs in het Zuiderzeemuseum zijn zo verweven met hun personages, dat je er als vanzelfsprekend helemaal in mee gaat. Maar dat bezoekers zich zo volledig overgeven als de man van het knippien dat hadden ze nog niet eerder meegemaakt.

IJverig werd er vroeger en ook nu nog wel gebreid aan lange kousen, die de Urker mannen dragen onder hun zwarte klederdrachtbroek. Steekje voor steekje leggen de vrouwen hun liefde voor hun man vast in zogenaamde `warrekieskoesen`. Opvallend door hun tijdrovende, ingenieuze ajourpatronen.

Ook heel uniek en typisch iets van Urk zijn de witte lakens voor de ramen als er iemand is overleden. Het hele dorp kan dan zien dat je in de rouw bent en dat er extra goed voor je gezorgd moet worden om het allemaal niet nog moeilijker te maken. Toen mijn eigen ouders waren overleden stonden zij in beide gevallen thuis opgebaard en kregen we veel aanloop. Daardoor was er nauwelijks gelegenheid om boodschappen te doen en eten te koken maar dat hoefde ook niet. Van alle kanten werden we overladen met pannetjes soep, bolletjes met hartig beleg, schalen vol gebakken tong, pakken koffie, lekkere salades, enzovoort enzovoort. Op deze manier krijg je als achterblijvers alle ruimte om in te keren en alle aandacht te richten op elkaar en je rouwproces in plaats van op allerlei andere triviale zaken. Voor Urkers zelf lijkt dit allemaal heel gewoon en vanzelfsprekend om te doen, maar ook dit verschijnsel is weer uniek en iets om groos op te zijn dat dit tegenwoordig nog bestaat.

Ook uniek is de manier van was ophangen. Niet met nylon draad en knijpers, maar door de punten van de kledingstukken behendig door het gedraaide touw heen te halen.

Scharretjes drogen is een kunst op zich. Het volstaat niet om ze op te hangen aan een touw en vervolgens de wind het werk te laten doen. Nee, ze moeten ook voldoende zonlicht krijgen en precies goed in de wind hangen, anders drogen ze niet op de juiste manier en voor je het weet doen dan vieze dikke bromvliegen hun ding op jouw lekkere scharretjes. Helaas waren de droge scharretjes in het Zuiderzeemuseum alleen bedoeld als decoratiemateriaal maar gelukkig kon je er wel vers gerookte haring en paling kopen.

Plooimachine voor Urker hulletjes.

D.J. van der Ven schrijft in “Neerlands Volksleven” nr 248 naar aanleiding van de folkloristische feesten in Arnhem in 1919, waar ook Urk vertegenwoordigd was: “De Urkers zijn olijkerds. De knapste meiskes met starende droomogen en de pienterste vrouwen hadden zij op hun zegewagen gelokt. Al paling schoonmakend, of grabbelend in het grote ansjovisanker, waarin de vis zo nodig jarenlang bewaard kan blijven, moesten zij wel de aandacht op zich vestigen van duizenden bewonderende ogen. Geen wonder! Onder de Urker vissersmeisjes zijn echte beauty’s, die hun natuurlijke charme met vrouwelijk raffinement zeer wel door hun kleding weten te verhogen. Hoe schijnbaar toevallig komt het donkere haar uitgolven van onder de blanke “hulle””.

De vrouwen in het Urkerbuurtje aan de koffie met brogge met een kweeuwek (een snee roggebrood op een beschuit) Ze dragen alleen een ondermuts. De kanten hul was voor “opknappers” en voor ’s zondags naar de kerk. Geen groter ramp denkbaar voor een Urker vrouw dan het feit dat ze geen fatsoenlijk hulletje had. De vrouw rechts schrijft op een lei de boodschappen die gehaald moeten worden in het winkeltje dat weduwvrouw Lange Luppien is begonnen. In het schooltje elders in het Zuiderzeemuseum kon je een korte cursus schoonschrijven volgen. En hoe prachtig onze voorouders dit konden blijkt wel uit onderstaand voorbeeld:

De tien geboden uit 1905 van de Gemeente Urk

Vanaf 12.30 uur kun je ieder uur meevaren met een echte kotter over het IJsselmeer:

Het Zuiderzeemuseum is een echt doe museum. Het was enig om te zien hoe enthousiast  kinderen van alle leeftijden bezig waren met melken, scheepjes maken, de verkleedkist, spelletjes etc. etc.  Maar ook voor volwassenen is er zoveel te zien en te doen dat we er niet eens meer aan toe zijn gekomen om het binnenmuseum te herontdekken. Mooi `excuus` om snel weer eens terug te keren.

Eerst een duik in de verkleedkist en dan leren melken

In het Zuiderzeemuseum lag ook een woonschip dat van binnen bezichtigd kon worden. Ik zag mezelf er al helemaal wonen; zo dicht bij het water en de natuur binnen handbereik. Een levend schilderij:

Gezicht op het Zuiderzeemuseum en het IJsselmeer vanuit de woonboot.

Met museumboot URK terug naar het station en de parkeerplaats

Een week later vloog ik naar Zweden en werden we via de intercom gewezen op de prachtige ligging van Urk. Nog even genieten, voordat Urk wellicht omringd wordt door een cordon van prikkeldraad, oftewel windmolens.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

15 reacties op Een diepe buiging voor onze Urker voorouders in het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen

  1. H.J. van LIJNEN NOOMEN zegt:

    Heel hartelijk dank voor deze ´lovende´ reportage over het ZUIDERZEEMUSEUM. Wij uit de Haringstad noemen het niet-voor-niets het meest educatieve museum van ons land (over bescheiden gesproken …)

  2. Evert Hakvoort zegt:

    Een prachtig weergegeven belevenis in het zuiderzeemuseum. Goed van stijl en inhoud. Je leest het met genoegen.

  3. bert zegt:

    ik zat eerlijk gezegd te wachten op het bejaarde echtpaar dat door de vloer zakte en in de potten met zoute boontjes donderde.. ook een briljant verhaal. Ps als je nog een gedroogd scharretje hebt liggen voor een ouwe amsterdamse urker met heimwee hou ik me aanbevolen.

    • Je maakt me nieuwsgierig Bert 😉 Briljante, humoristische verhalen verdienen het om gehoord te worden, dus….. vertel!
      Ennuh, wat die gedroogde scharretjes betreft: ook bij ons liep het water in de mond toen we al van verre de scharretjes zagen hangen, dus je snapt wel hoe teleurgesteld we waren toen we hoorden dat deze alleen maar dienden als decoratiemateriaal. Misschien een idee voor een Urker ondernemer? Gat in de markt en afzetmarkt genoeg! Onlangs was ik in Lissabon en daar was de gedroogde vis niet aan te slepen….

  4. Nou, wat een prachtig stuk heb je geschreven, helemaal zoals het is en heerlijk om te lezen! Ik ga als mijn zomerstop erop zit een link hiervan plaatsen op mijn eigen blog, als je dat goed vind?
    Hartelijke groet,
    Antje uit Urk

  5. Hans Bakels zegt:

    Een werkelijk prachtig verhaal. Je krijgt er haast kippevel van. En wat er over het Zuider(doe)museum staat klopt ook als een bus. Iedereen wordt daar vrolijk.
    HB uit Hoorn

  6. Wat een geweldig verslag Salomé, zo mooi om te lezen over ons voorgeslacht en hoeveel we aan hen te danken hebben. Ben ook helemaal trots dat je een buiging voor mijn vaders vader Lub Kramer maakt! Het is idd een wapenfeit dat hij het oude dorp voor afbraak behoed heeft.
    Door hoe je schrijft ruik ik ook de geur van het stoofvlees weer in mijn bessiens keuken. Ongelofelijk hoe grote gezinnen in die kleine huisjes woonden, ‘knaken in moren’ moet dat geweest zijn.

  7. J.koffeman zegt:

    Dag Corrie,
    Wat een knap en leuk verhaal.
    Je (we) binnen bijna oud, mar jie binnen ok nog wees.
    Groeten van je oud_collega
    Johannes Koffeman

    • Dank je wel Johannes! Wat ontzettend leuk om weer eens iets van je te horen. Tja, those were the days…. Onze voormalige werkplek is nu het Urker Museum. Voor mij is het oude raadhuis een schatkamer vol onvergetelijke herinneringen. Wat een lol hadden we daar met elkaar hè? En toch werd er heel wat werk verzet. Van jong tot oud allemaal types met heel uitgesproken persoonlijkheden, maar je kon en mocht gewoon jezelf zijn. Er was een vanzelfsprekend respect voor elkaars eigenheid. Dat heb ik daarna nooit meer zo meegemaakt helaas. En als ik dan het keurslijf zie waar jonge mensen van nu ingeperst worden en de torenhoge eisen waar ze allemaal aan moeten voldoen dan ben ik extra blij dat ik jong was in de zeventiger jaren 🙂

  8. Jelle van Slooten zegt:

    Prachtig verhaal.Zelf beschouw ik het Urker buurtje – niet onbewust – als ‘van oens’. Het verhaal is ook een mooie bespiegeling.
    De woorden van Mariap raken ons waarschijnlijk allemaal.
    Was het maar weer Pinkster.

  9. Pingback: Urker dag 2012, een dag met een gouden randje. | Weerspiegelingen's Blog

  10. Dirk Verus zegt:

    als ik dat zie dan denk ik aan die tijd dat ik altijd op urk kwam met mij bessie ik mis het wel die tijd je had altijd lol en tijd voor de kerk ik mag er graag zijn daar bij mij neef kaptijn mij moeder heette romkes ik mis haar wel maar ik heb nog wel een foto van haar en daar ben ik blij om ik was ook du laaste die haar in leven heb gezien ma ik ik mis je groetjes dirk verus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s