Keerpunt

Er is geroepen, ik heb het verstaan
Ik was spelend met sierselen en kleurige kralen
Met goud en zijde en flonkerende stenen lag mijn tafel vol
Mijn huis was stijf gepakt met kostbaarheid, zeldzaam en opzettelijk
Het was warm en oosters en zo veel en prachtig
In het rijke duister brandden zware lampen
Maar nu is er geroepen, ik kom, en er is blijheid en licht
In de tuin zingt een vogel
Ik zal nu naar buiten gaan en alles achterlaten

Er is geroepen, ik heb het verstaan
Het was een groot concert, duizend heren werkten
Zware panden, witte borsten, rode hoofden, blonde snorren golfden in extase
In gelederen gromden bassen en er waren zoete koele fluiten, koperen seinen
Flitsen en lansen, vlaggen en vlammen en vlagen vleiende violen
Zwijmeling zweefde van geuren en lokken van warme vrouwen,
gebabbel en zachtheid van haren
Het was rijk en schoon en zo kundig
Toen is er zachtjes gewaarschuwd en ik ben opgestaan
Buiten stond hoog en eeuwig de nacht
Ik zal nu haar koude drinken en verstenen

Er is geroepen, ik heb het verstaan
Ik was werkend aan mijn taken, velerlei had ik onderhanden
Het was goed berekend, het was ingedeeld en beraamd
Er waren agenda’s voor iedere dag
En ik wist altijd, hoe laat het was en wat nog af moest vandaag
Ik werkte methodisch, naar degelijk systeem
Mijn tijd was verdeeld en een belletje waarschuwde tegen het eind van de regel
Ik nummerde de dagen, ik schikte de weken en belastte ze vooraf
Ik regeerde het jaar en stopte het vol, als een worst
Ja, ik had het druk en moeilijk en heel warm, want dikwijls mislukte er iets
Op het botte gedrag van de werkelijkheid, die zonder regel of vorm is.
En ik moest scharrelen als een mier met een houtje, zeven maal
Op tegen dezelfde kluit
Maar ik won veel en dik was het register mijner bezittingen.

Toen is er even gefluisterd en ik ben heengegaan
Nu waait er een koele mildheid om mijn slapen
Ik lig ontbonden in een wijdere rust
Ik weet het nu, ik hoor nu voortaan toe aan een werk,
Dat stil is en heimelijk
Dat is van de bomen, die wiegen met de wind, dat is van
De zon, die glinstert op de rivier
Dat is van de regen, die ritselt in het gras, dat is van de
Vochtige ogen van dieren
Ik zal nu altijd vrij zijn en alles verliezen
Ik zal maar wandelen en toezien
Ja, ik zal nu misschien wel niets meer afmaken.

J.C. van Schagen
Ik ga maar en ben
Uitgeverij G.A. van Oorschot 1972

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s